Woordenboek

Tijdens de eerste afspraak op de polikliniek wil de kinderarts vaststellen wat je hebt. Hij stelt je dan veel vragen: hoe je je voelt,  of je pijn hebt, zo ja waar enz. Dit gesprek heet de anamnese. Naast de anamnese gaat hij je ook nog lichamelijk onderzoeken.

De anesthesioloog, ook wel anesthesist genoemd, is de dokter die je in slaap brengt voor een operatie. Die slaap heet narcose en zorgt ervoor dat je niets merkt en voelt tijdens een operatie. Ook is deze arts degene die goed in de gaten houdt hoe het met je gaat tijdens de operatie. Met je hartslag, je bloed enz. Daarnaast weten veel anesthesiologen heel goed hoe ze pijn moeten behandelen. Als het nodig is, worden ze ook daarbij ingeschakeld.

De chirurg is een dokter die operaties uitvoert.

Drukkleding is hele strakke, elastische kleding. Als mensen brandwonden hebben gehad, die genezen zijn dan moeten ze dit pak dag en nacht aan. Het mag alleen uit voor douchen en verzorgen van de littekens. De drukkleding zorgt ervoor dat de littekens zo vlak mogelijk blijven. Jammer genoeg zorgen ze er niet voor dat er geen littekens ontstaan. Drukkleding beschermt de huid en het helpt ook goed tegen de jeuk. De kleding moet minstens een half jaar gedragen worden.

Flammazine is een dikke witte zalf die de artsen of verpleegkundigen smeren op brandwonden. De zalf is lekker koud en voelt prettig aan. Daarna gaat er verband over de wond.

Een huidtransplantatie is een operatie waarbij een stukje huid van een bepaald deel van je lichaam, op een ander deel van je lichaam wordt ‘geplakt’. Die huid groeit daar dan gewoon weer aan. Bijvoorbeeld van je been op je gezicht. Dit gebeurt veel bij brandwonden, waarbij de huid zo kapot is gegaan dat er hele grote littekens overblijven. De nieuwe huid zorgt ervoor dat de littekens er minder erg uitzien.

Een infuus is een buisje dat via een prikje op je hand wordt aangebracht. Door het buisje wordt vloeistof toegediend. Bijvoorbeeld slaapmiddel of  bloed.

De kinderarts is een dokter die heel veel weet van kinderziektes en van het behandelen van kinderen. Op de kinderafdeling van het Rode Kruis Ziekenhuis lopen 6 kinderartsen rond. Zij weten ook nog heel veel van brandwonden af, omdat we een kinderbrandwondencentrum hebben.

De KNO-arts is de Keel-, Neus- en Orendokter. Deze arts weet dus heel veel van ziektes aan je keel, neus en oren. En ook hoe je die moet behandelen. Via holtes in je hoofd en keel staan je keel, neus en oren met elkaar in verbinding. Vandaar dat deze  dokter van alledrie veel weet. Kinderen hebben best vaak last van hun keel, neus of oren. Dan komen ze dus bij de KNO-arts.

Het laboratorium is de afdeling in het ziekenhuis waar ze met behulp van apparatuur (bijvoorbeeld microscopen) onderdeeltjes van je lichaam kunnen onderzoeken op afwijkingen. Bijvoorbeeld bloed of stukjes huid.

Narcose is een speciale slaap tijdens een operatie. Deze slaap zorgt ervoor dat je niets merkt (en voelt) van de operatie. Een speciale dokter (de anesthesioloog) brengt je onder narcose, in slaap dus, voor de operatie.

Een neussonde is een slangetje dat via je neus naar je maag loopt. Via dit slangetje kan bijvoorbeeld extra (vloeibare) voeding worden toegediend, als je dit nodig hebt.

Dat je niks mag eten of drinken

De plastisch chirurg zorgt er door middel van operaties voor dat je er mooier/beter uit komt te zien, of dat bepaalde lichaamsdelen weer beter kunnen werken (bijvoorbeeld je handen). Ze doen dit niet alleen bij mensen die wat mooier willen zijn, maar vooral bij mensen die een ongeluk hebben gehad en waar ze bijvoorbeeld ernstige littekens aan over gehouden hebben. Door brandwonden bijvoorbeeld. De plastisch chirurg kijkt dan hoe de littekens zo min mogelijk opvallen.

Revalideren betekent herstellen na een ongeluk of operatie. Na een ongeluk of operatie moet je bijvoorbeeld ervoor zorgen dat je lichaam weer sterker wordt. Een fysiotherapeut of revalidatiearts (arts die veel weet van revalideren) kan hierbij helpen. Maar je bent vaak ook flink geschrokken of onder de indruk van wat er gebeurd is. Ook daar moet je van herstellen. Hier kan een maatschappelijk werker of psycholoog bij helpen. Die kunnen daar met je over praten.

‘Rooming-in’ betekent dat (een van) je ouders de hele dag en nacht bij je mogen zijn als je in het ziekenhuis moet blijven slapen.  Je vader of moeder slaapt dan naast jou op een opklapbed.

Een saturatiemeter is een soort knijpertje dat je op je vinger krijgt als je geopereerd moet worden. Dit doet geen pijn. Het knijpertje is verbonden aan een computer. De anesthesioloog (slaapdokter) kan hierdoor tijdens de operatie het zuurstofgehalte in je bloed in de gaten houden.

Toverzalf of een toverpleister is een zalf of pleister die ervoor zorgt dat je een prikje minder voelt. Het is dus een zalf of pleister om te verdoven, die op het plekje gesmeerd wordt waar je een prikje krijgt.