Een operatie

De huidtransplantatie gebeurt onder narcose op de operatiekamer. Als je slaapt wordt de brandwond eerst goed schoongemaakt.

De anesthesioloog is de dokter die je in slaap brengt voor de operatie.

Dan schaven we op een ander plekje van je lichaam een dun reepje huid weg. Met een apparaatje maken we kleine gaatjes in het lapje huid. Dan leggen we het op de brandwond en maken het vast met speciale lijm of met nietjes. Na vijf dagen mogen de nietjes of de lijm eruit en is het lapje huid vastgegroeid. De brandwond is dan bijna genezen.

Als je littekens hebt op je vingers of andere gewrichten, kun je ze soms niet goed bewegen. Een operatie door de plastisch chirurg kan helpen, maar dan moet je wel weer een of meer dagen worden opgenomen.

Kinderen in de groei moeten vaak een paar keer geopereerd worden, omdat het littekenweefsel niet goed meegroeit.